Burgerweeshuis

In de Kalverstraat geeft een smalle steeg toegang tot het Amsterdam Museum. De monumentale poort die hierbij gepasseerd wordt geeft een indicatie van de functie die het gebouw in het verleden heeft gehad, het opvangen van weeskinderen. Voordat het Burgerweeshuis op deze plek neerstreek, waren de gebouwen als klooster in gebruik en was het weeshuis elders gevestigd.

Rond 1520 werd, naar overlevering, door Haasje Claesdochter een weeshuis gesticht. Ze was begaan met het lot van nette, verweesde poorterskinderen. Dit waren kinderen waarvan de vader en moeder poorter (ingeschreven burgers) van de stad waren. Het weeshuis was gelijk vanaf de oprichting niet voor iedereen bereikbaar. Het weeshuis was gevestigd in een woning aan de Kalverstraat, ter hoogte van het huidige straatnummer 71. Van Haasje Claes is verder niet veel bekend en het is onzeker in welke mate ze heeft bijgedragen aan de oprichting van het weeshuis. De eerste vermelding van enige betrokkenheid van het stadsbestuur dateert uit 1523 toen het een verordening uitvaardigde.

Het aantal wezen groeide aanzienlijk waardoor uitbreiding noodzakelijk was. Omringende huizen werden opgekocht om iedereen een plek te bieden. Waar in het begin nog geen tien wezen verzorgd werden, waren omstreeks 1560 ruim 200 kinderen afhankelijk van de zorg van het weeshuis. Om de uitbreidingen te bekostigen werden collectes gehouden maar werd ook eenmalig een loterij gehouden wat in 1560 plaats vond. Veel mensen namen deel aan de loterij waarbij men vooral hoopte op ‘het grote lott’, oftewel een geldprijs. De deelnemers zijn bekend doordat het inschrijvingsregister bewaard is gebleven. In dit loterijboek staat het aantal gekochte loten en een rijmpje dat de deelnemer had gemaakt.

Pieter Jansz. makelaer vijf kinderen hebben haer spaerpot an stucken gesmeten/dat zij die weeskinderen niet willen vergeten

Pieter Jansz. makelaer vijf kinderen hebben haer spaerpot an stucken gesmeten/dat zij die weeskinderen niet willen vergeten, 28 loten

Het voormalige St. Luciënklooster. Rechts de Nieuwezijds Voorburgwal, links de Kalverstraat.

Het voormalige St. Luciënklooster. Rechts de Nieuwezijds Voorburgwal, links de Kalverstraat.

Ondanks alle inspanningen barstte het weeshuis al snel weer uit zijn voegen. De Alteratie in 1578 bood gelukkig uitkomst. Het St. Luciënklooster, dat schuin tegenover het weeshuis lag, kwam in handen van de stad en was uitermate geschikt als nieuw onderkomen voor het weeshuis. De nog aanwezige nonnen werden begin 1579 ondergebracht in de St. Luciënsteeg, in huizen die voorheen tot het bezit van het klooster behoorde. Het oude weeshuis werd kort daarna in gebruik genomen als herberg, de ‘Keizerskroon’ dat nog vier eeuwen bleef bestaan. In 1581 werd aan de Kalverstraat een poort gemaakt die toegang bood tot het complex van het nieuwe weeshuis. Heden ten dage biedt deze poort toegang tot een oase van rust in vergelijking met de drukte van de Kalverstraat.

De situatie aan het eind van de 17e eeuw.

De situatie aan het eind van de 17e eeuw.

Rond 1632 werd het Burgerweeshuis veel groter doordat het voormalige Oudemannenhuis in bezit kwam. Na een grote verbouwing de jaren daarna ontstonden feitelijk twee gescheiden weeshuizen. Het jongenshuis dichtbij de Kalverstraat ontstond door de overname van het Oudemannenhuis. Tegenwoordig is op de binnenplaats het terras van het Amsterdam Museum gevestigd. Het meisjeshuis was gevestigd op het terrein van het vroegere St. Luciënklooster. Een uitbreiding van het complex was overigens hoognodig. Door de enorme bevolkingstoename en de verschillende epidemieën die geregeld de kop opstaken was het aantal weeskinderen in 1629 gegroeid tot ruim 700(!). Jongens en meisjes tot twaalf jaar zaten samen in ‘het kinderhuis’. Na hun twaalfde verjaardag werden de jongens en meisjes van elkaar gescheiden. De meisjes werden opgeleid in huishoudelijk werk. Jongens gingen vanaf hun 14e in de leer bij een ‘baas’ in de stad. Dit was vaak een ambachtsman die de jongens de fijne kneepjes van het vak moest aanleren. Door deze scholing waren ze voorbereid op het leven buiten het weeshuis. Nadat ze 18 jaar waren geworden verlieten de kinderen het weeshuis en konden ze opgenomen worden in de sociale groep van herkomst. Dit was het voornaamste doel van het Burgerweeshuis.

Jongens in uniform op de binnenplaats, 1906

Jongens en leidinggevenden in uniform op de binnenplaats, 1906

De kinderen kwamen niet veel buiten de poorten van het weeshuis. Wanneer dat wel gebeurde waren ze duidelijk herkenbaar door het uniform dat ze droegen. De uniformen waren aan de linkerzijde rood van kleur, rechts was het zwart; de kleuren van de stad. Het uniform was bedoeld om aan te geven dat de achtergrond van een kind niet ter zake deed. Bovendien waren ze goed herkenbaar waardoor stiekem kattenkwaad uithalen er niet in zat. Op zondag gingen de meisjes vanaf 14 jaar of ouder via de poort aan de St. Luciënsteeg naar de Nieuwe Kerk. De jongens verlieten het weeshuis via de poort aan de Kalverstraat en  woonden de dienst bij in de Nieuwezijds Kapel (nu de Amsterdam Dungeon). De wekelijkse optocht van wezen, duidelijk herkenbaar aan de uniformen, was een bezienswaardigheid voor de overige inwoners van Amsterdam.

Toegangspoort naar het voormalige Burgerweeshuis

Toegangspoort naar het voormalige Burgerweeshuis

Uiteindelijk is het Burgerweeshuis in 1960 ontruimd en verhuisd naar een complex aan het IJsbaanpad (naast de Sporthallen Zuid). Na een ingrijpende verbouwing die jaren duurde opende het Amsterdams Historisch Museum in 1975 zijn deuren. De naam is ondertussen gewijzigd in ‘Amsterdam Museum’. Niet alleen een bezoek aan het museum is meer dan de moeite waard, ook de binnenplaatsen zijn prachtig. Het is een manier om aan het drukke winkelgeweld van de Kalverstraat te ontsnappen.

Bronnen uit het Stadsarchief Amsterdam:

SAA: 367.161(burgerweeshuis)9

SAA: 367.161.9

Meischke, R., Amsterdam Burgerweeshuis, 1975

Wagenaar, L., In het weeshuis, 2009

DelenShare on Facebook

  4 comments for “Burgerweeshuis

  1. Teun Bijvoet
    27 juni 2014 at 17:45

    Heel interessant. Een kennis van mij heeft nog verbleven in de nieuwbouw op het IJsbaanpad (de koepeltjes van een bekend architect wiens naam mij ontschoten is). Waar verbleven in de 16e eeuw en later de wezen die niet het kind van een Poorter waren?

    • Amsterdams Verleden
      28 juni 2014 at 08:35

      De architect van het nieuwe complex was Aldo van Eyck (1918-1999). Kinderen waarvan de ouders geen poorter waren kwamen terecht in het Aalmoezeniersweeshuis of één van de kerkelijke weeshuizen zoals het Diaconie weeshuis.

  2. Cor Sanders
    13 maart 2016 at 13:18

    Mijn twee broers en drie zusters(toendertijd) hebben een poos in dit weeshuis doorgebracht, in de oorlogsjaren.

  3. 29 december 2016 at 21:33

    Deze themawebsite gaat ook over de Amsterdamse burgerwezen: https://hart.amsterdam/nl/page/47513/waar-wezen-vroeger-speelden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


9 − = 1