Clandestiene vishandel

Vanaf het moment dat de eerste mensen zich vestigden langs de oevers van de Amstel, werd er één product volop verorberd en dat was vis. Met de Amstel, het IJ en de Zuiderzee in de nabijheid was er een grote variëteit beschikbaar in middeleeuws Amsterdam. Er was zoveel vis binnen handbereik dat het niet alleen voldoende was voor de eigen consumptie, maar ook voor de handel. Op de Grote Vismarkt, gelegen op de Dam, werd zee- en riviervis verkocht. Er waren echter lieden die hun gevangen vis buiten de markt om aan de man wilden slijten, hetgeen de zeeviswijven trachtten te voorkomen.

Op de markt op de Dam werden in de 14e eeuw niet alleen vissen verkocht, ook kon je hier terecht voor gevogelte.

Op de markt op de Dam werden in de 14e eeuw niet alleen vissen verkocht, ook kon je hier terecht voor gevogelte.

De vismarkt rond 1650.

De vismarkt rond 1650. De Vissteeg (nummer 30) bestaat tegenwoordig niet meer.

Al aan het einde van de 14e eeuw was er sprake van een Vismarkt in Amsterdam. Hier werd zeevis zoals schelvis, kabeljauw, tong en kreeft en riviervis zoals baars, snoek en brasem verkocht. Ook kon je op de markt terecht voor zeehonden en incidenteel werd er een bruinvis te koop aangeboden. Iedere dag meerden de vissers hun boten, waar langszij grote ronde manden hingen waarin de vangst in leven werd gehouden, aan op het Damrak. De gevangen vis werd door een keurmeester gecontroleerd op versheid en daarna op afslag verkocht aan leden van het Sint Pietersgilde die het alleenrecht op de markt hadden. De visbanken op de markt, bedoeld om de vis uit te stallen, waren eigendom van de stad en werden gehuurd door de visvrouwen, op voorwaarde dat ze iedere week van bank wisselden. Mensen die wel genegen waren om op de markt vis te kopen, maar hun neus optrokken voor het vervoer van de vis, konden gebruik maken van een officiële visdrager. Door de visdrager, goed herkenbaar aan een koperen visje aan hun wambuis, werd de vis aan huis gebracht. De gang van zaken op de markt werd streng in de gaten gehouden door de stad. Vooral het ‘omlopen’ met de vis (de gevangen vis buiten de markt om verkopen) was een doorn in het oog.

De vismarkt vanaf het Damrak gezien. De rieten manden op de vissersschuiten zijn duidelijk te zien.

De vismarkt vanaf het Damrak gezien. De rieten manden op de vissersschuiten zijn duidelijk te zien.

Talloze keuren werden opgesteld tegen het omlopen: Geen buiten luiden, of ook inwoonders, tenzy datze in ’t vis-verkopersgilt zijn, mogen hier ter stede met zeevisch of ander, geen uitgezondert, omlopen, of daer mede door de stadt varen om die te verkoopen, of dezelve in eenige huizen te koop houden, maer zijn gehouden al de zeevisch eerste te brengen in de ring, om aldaer afgeslagen te worden. Op overtreding stond een boete van 25 gulden. Het was echter aanlokkelijk om vis aan huis te koop aan te bieden aangezien er geen accijns over betaald moest worden. Op 22 augustus 1648 werd door notaris Pieter de Bary een verklaring opgesteld betreffende de verkoop van zeevis door een onbevoegde. Op verzoek van de ‘zeeviswijven’ (vrouwen die clandestiene vishandel moesten opsporen) verklaarden de wijnkopers Victor Mare en Laurens Thijsz dat ze op de Nieuwendijk hadden gezien dat een visscher ofte zeeman op de leuninge van ’t huys, genaemt De Roode Leeuw, zeevisch schoonmaeckte […] en een uyr aen de straet voor de huysen had gestaen. De toezichthouder van de vismarkt kwam een kijkje nemen maar werd door de visser en de buurtbewoners qualijck getracteert ende ginsch ende weder gesleurt.

Een kleine greep uit het enorme aanbod dat op in Amsterdam verhandeld werd: twee overheerlijke alen.

Een kleine greep uit het enorme aanbod dat in Amsterdam verhandeld werd: twee overheerlijke alen.

Een dergelijke overtreding vond ook plaats op 3 mei 1649 toen enkele personen een verklaring aflegden, wederom op verzoek van de viswijven, aangaande de verkoop van zeevis in een gang, uitkomende in de Goudsbloemstraat. Ze hadden zich daar verschanst en de deur vergrendeld. Toen de deur uiteindelijk werd geopend quamen daeruijt eenige persoonen die hen getuygen eerst qualick toespraeken, hen noemende heeren varckens, duijvels ende diergelijcke. Daarna begonnen de illegale visverkopers te slaan, werd kleding kapot gescheurd en sleurden ze enkele personen over de straat. Voorts is er nog een akte van 12 mei van hetzelfde jaar waarbij enkele personen verklaarden dat een zekere Jan den Dromer met een roeiboot vol schelvis door de Elandsgracht en langs de Amstel had gevaren en overal vis had verkocht.

De Nieuwe Vismarkt te Amsterdam, Emanuel de Witte, 1655 - 1692

Drukte van belang op de Vismarkt. Op de visbank werd alle waar uitgestald.

De vismarkt op de Dam verdween in 1841 toen de beurs van Zocher werd opgericht (op deze plek staat nu de Bijenkorf). De beroepsvisserij is nagenoeg helemaal verdwenen in Amsterdam. Alleen Piet de Ruijter verdient nog zijn geld met het vissen op het IJ en de Amstel.

Bronnen uit het Stadsarchief Amsterdam:

5020.4.18

5020.4.18 (eind 14e eeuw)

5075.1690B.64 (22-8-1648)

5075.1690B.64 (22-8-1648)

5075.1691.338 (3-5-1649)

5075.1691.338 (3-5-1649)

5075.1691.363 (12-5-1649)

5075.1691.363 (12-5-1649)

DelenShare on Facebook

Post navigation

  3 comments for “Clandestiene vishandel

  1. Jeannette
    13 oktober 2014 at 14:47

    Weer een mooi verhaal…komisch ook: je ziet de beelden voor je van de viswijven en de klikspanen, die door de clandestiene vis verkopers tegen de grond gewerkt en over de straat gesleurd worden. Viswijf is een verouderd, beroeps-aanduidend woord, dat moge duidelijk zijn…Het is interessant om te bedenken waardoor de betekenis veranderd is in ‘kijvende, ordinaire vrouw’…

  2. Freek
    13 oktober 2014 at 16:41

    Nou, ik heb liever een bakkie kibbeling dat wat er daar op die visbank ligt…

  3. elias
    15 oktober 2014 at 14:07

    Naast het verhaal geniet ik elke keer weer van de bijzondere etsen en schilderijen. ook grappig is te zien dat zelfs bruinvissen gegeten werden. het is duidelijk dat de partij van de dieren afwijzend zou zijn tegen die praktijken. Het was toen duidelijk: alles wat beweegt mag opgegeten worden, als er maar belasting betaald werd en de burgers van de stad een voorkeursbehandeling kregen. tegenwoordig is dat toch anders georganiseerd , als iets een cent goedkoper is in een ver en exotisch land worden daar de waren bij betrokken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


5 − 5 =