Derde uitleg

Aan het einde van de 16e eeuw had Amsterdam getracht de nieuwkomers een plek in de stad te bieden (zie eerste en tweede uitleg). De toestroom van immigranten bleef echter zodanig groot, mede door de komst van duizenden mensen uit de Zuidelijke Nederlanden, dat de stad aan het begin van de 17e eeuw genoodzaakt was een derde stadsuitbreiding te verwezenlijken. Veel arme immigranten belandden in kleine huisjes buiten de stadsmuren maar daar was het stadsbestuur om verschillende redenen op tegen.

De derde uitleg is donkergeel (rechts op de kaart) weergegeven. Bron: De grote uitleg van Amsterdam (2011)

In het midden de middeleeuwse stad. Donkeroranje de eerste uitleg (1585). Links daarvan, lichtoranje, de tweede uitleg (1592). De derde uitleg is donkergeel (rechts op de kaart) weergegeven. Bron: De grote uitleg van Amsterdam (2011)

De voorstad ten westen van de stadswal (1597)

De voorstad ten westen van de stadswal (1597)

Doordat veel nieuwkomers buiten de muren gingen wonen ontstond er in de loop der jaren een grote voorstad. Dit ‘buitentimmeren’ had een zodanige vlucht genomen dat er in 1609 ruim 3000 huizen werden geteld. Op de huizen buiten de stad kon logischerwijs geen belasting worden geheven. Daarnaast liep de stad veel geld mis omdat de accijns op goederen bij de stadspoort werd geheven. Bewoners van de voorstad hoefden hun aardappels niet in de stad te kopen maar kochten ze rechtstreek van de boer. Behalve het financiële aspect lagen er ook defensieve oorzaken aan ten grondslag om het buitentimmeren een halt toe te roepen. Amsterdam was nog steeds in oorlog met Spanje en had door de bebouwing dicht op de omwalling geen vrij schootsveld. Soldaten op de muur konden een eventuele dreiging minder goed waarnemen en de Spaanse soldaten buiten de muur konden de huizen gebruiken als plek om zich achter te verschuilen.

Begin 1609 werd een bestand met de Spanjaarden gesloten waarna voor twaalf jaar niet of nauwelijks werd gevochten (het twaalfjarig bestand). Kort nadat het bestand door beide partijen was ondertekend zag Amsterdam zijn kans schoon en achtte het veilig genoeg om een nieuwe stadsuitbreiding te verwezenlijken. De toestemming voor deze uitleg werd door de Staten van Holland op 7 augustus 1609 verleend. Kort daarna werd aangevangen met de aanleg van drie nieuwe eilanden, een haven en een fortificatie die het nieuwe havengebied bescherming moest bieden. De drie eilanden , Realen-, Prinsen- en Bickerseiland, werden aangelegd naar het voorbeeld van de oostelijk gelegen eilanden Marken, Uilenburg en Rapenburg en waren bestemd voor allerhande scheepsactiviteiten. De haven, de Nieuwe Waal genoemd, was de opvolger van de Oude Waal die nabij Rapenburg was gelegen. Houten palen zorgden niet alleen voor enige beschutting, ook was er controle op de schepen die in en uit voeren.

Realeneiland onder, Bickerseiland links en Prinseneiland rechts (1625)

Realeneiland onder, Bickerseiland links en Prinseneiland rechts. Uiterst links ligt de Nieuwe Waal, geheel boven loopt de Haarlemmerdijk(1625)

In 1610 werden verschillende ontwerpen aan het stadsbestuur getoond omtrent de stadsuitbreiding. Oorspronkelijk was het de bedoeling om de omwalling rondom de gehele stad te leggen. Dit bleek echter financieel, organisatorisch en technisch niet te verwezenlijken waarop men besloot de omwalling tot aan de Heiligeweg (tegenwoordig de Overtoom) op te werpen. In 1613, drie jaar nadat de eerste ontwerpen waren getoond, was het stadsbestuur nog steeds niet zeker van zijn zaak. Op 5 maart 1613 moest beslist worden of men met de begonnen vergrotinge zal voortvaren, oft daer mede noch supersederen oft tenemael laten berusten. Uiteindelijk werd besloten om door te gaan met de vergroting en in de herfst van 1613 was de nieuwe omwalling gereed en kon worden begonnen met de verkaveling van het gebied.

of men met de begonnen vergrotinge zal voortvaren, oft daer mede noch supersederen oft tenemael laten berusten

synde oftmen met de begonnen vergrotinge zal voortvaren, oft daer mede noch supersederen oft tenemael laten berusten (5 maart 1613)

Aansluiting nieuwe wal met oude fortificatie. Links loopt de huidige Overtoom (1625)

Aansluiting van de nieuwe wal met de oude fortificatie. Links loopt de huidige Leidsestraat (1625)

Alle huizen en gronden binnen 100 gaarden (367 meter) van de oude omwalling werden onteigend tegen taxatiewaarde omwille van de nieuwe inrichting van het gebied. Alle landschappelijke elementen gingen op de schop. Blijkens de resolutie van 5 maart 1613 was het in eerste instantie de intentie om twee grachten aan te leggen. De binnenste gracht, ter hoogte van de huidige Herengracht, zou op de plaats van de oude vestingwerken komen te liggen. Op 113 meter afstand moest de buitenste gracht komen te liggen. Enkele maanden later werd dit ‘tweegrachtenplan’ aangepast en werd besloten om drie grachten aan te leggen. Deze grachten (Heren-, Keizers- en Prinsengracht) waren bedoeld als luxe woongrachten waarbij de Heren- en Keizersgracht als meest luxueus werden bestempeld. Beide grachten hebben tot op de dag van vandaag geen directe doorgang naar het IJ, in tegenstelling tot de Prinsengracht. Zodoende bleef het op de Heren- en Keizersgracht rustig en werd de Prinsengracht gebruikt als transportader.

De vrijgekomen kavels werden geveild waarbij het de stad er alles aan gelegen was om zoveel mogelijk geld binnen te krijgen om de hoge kosten van het project enigszins te verzachten. Zelfs na de start van de grondverkoop lag het stedenbouwkundig plan niet vast: zo kwam het  voor dat sommige kavels uit de veiling werden gehaald omdat de plannen plotseling wijzigden. In het zuidelijke deel van de Herengracht werd besloten een extra dwarsstraat toe te voegen. Bewoners van het gebied rond de Heibrug en de Heisteeg hadden hiervoor een rekest bij het stadsbestuur aangeleverd. De bewoners vroegen om een straat van de achtergraft deur de oude fortificatie […] ten eynden zy bequamelyck van binnen nae buyten mogen geraken deurgaend na de nyeuwe vesten. De aanleg van deze dwarsstraat, tegenwoordig de Huidenstraat, zorgde niet alleen voor een betere ontsluiting van het gebied, ook zou er meer publiek langs hun winkels komen. Aan de grachten werden grote stadspaleizen gebouwd, in de dwarsstraten zat de middenstand met allerlei winkeltjes.

Plattegrond van Amsterdam omstreeks 1612. Ten westen van de stad, links op de kaart, is de oorspronkelijke oriëntatie van de sloten en paden goed zichtbaar.

Plattegrond van Amsterdam omstreeks 1612. Ten westen van de stad, rechts op de kaart, is de oorspronkelijke oriëntatie van de sloten en paden goed zichtbaar.

In tegenstelling tot de grachtengordel bleven in de Jordaan de landschappelijke elementen zichtbaar. De oriëntatie van de oude ontginningssloten bleef in de stadsuitbreiding gehandhaafd. Overigens werd dit gebied tijdens de aanleg ‘het nieuwe werck’ genoemd, pas later is het de naam ‘Jordaan’ in schwung geraakt. De functie is echter altijd hetzelfde gebleven. De Jordaan was bedoeld als een plek voor de (vervuilende) industrie en een woongebied voor de arme, ongeschoolde mensen. Veel mensen die door de aanleg van de drie grachten moesten verhuizen, zijn in de Jordaan gaan wonen. Het contrast met tegenwoordig is groot: waar vroeger het uitschot van de stad in de Jordaan woonde is het tegenwoordig een plek voor de beter bedeelden onder ons geworden.

Het realiseren van de stadsuitbreiding heeft veel voeten in de aarde gehad. Eén van de oorzaken was Frans Hendricksz. Oetgens, burgermeester van de stad. Met voorkennis had hij, samen met zijn zwager Bartholt Cromhout, veel grond buiten de Singel gekocht. Hij was op de hoogte van de ophanden zijnde uitbreiding van de stad. Zo had hij veel grond gekocht op de plek waar de Westelijke eilanden zouden verrijzen en in de Haarlemmerbuurt. Hij kocht grond voor een relatieve lage prijs en verkocht het met grote winst (factor acht!) weer aan de stad. Deze praktijken zorgden voor veel onenigheid bij de stadsbestuurders en veroorzaakten grote vertragingen in de ontwikkeling van het nieuwe gebied.

Hoewel dit artikel een zeer globale omschrijving geeft van de derde uitleg dient het vooral als kapstok waaraan toekomstige verhalen over dit deel van de stad aan opgehangen kunnen worden. Voor de achtergronden van de andere stadsuitbreidingen kunt u op de volgende linkjes klikken: eerste uitleg, tweede uitleg, vierde uitleg.

Bronnen uit het Stadsarchief Amsterdam:

5025.10.76 (5-3-1613)

5025.10.76 (5-3-1613)

5025.10.77 (5-3-1613)

5025.10.77 (5-3-1613)

5062.20.47 (4-5-1610)

5062.20.47 (4-5-1610)

5025.10.107 (29-1-1614)

5025.10.107 (29-1-1614)

Abrahamse, J.E., De grote uitleg van Amsterdam, 2011

Geschiedenis van Amsterdam dl.2, 2004

DelenShare on Facebook

  1 comment for “Derde uitleg

  1. Teun Bijvoet
    25 juli 2014 at 19:38

    Dit verklaart ook waarom een fietsenmaker in de Jordaan zijn zelfgemaakte fietsen “het nieuwe werck” noemt. Interessant!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


− 5 = 1