Lepels

Bij archeologisch onderzoek worden in de Amsterdamse binnenstad geregeld lepels gevonden. Meestal zijn deze lepels van tin gemaakt, maar sporadisch komt ook wel eens zilveren exemplaar boven water. Tijdens de aanleg van de stations aan het Damrak en het Rokin ten behoeve van de Noord/Zuidlijn zijn honderden lepels gevonden die een beeld geven van een klein deel van de Amsterdamse huisraad.

De papeter. Daniel Boone (1650-1698)

De papeter. Daniel Boone (1650-1698)

De lepel is het oudste eetgereedschap. Messen zijn ook van oudsher gebruikt bij de maaltijd maar met een mes kan je meer doen dan alleen eten. Vorken werden pas aan het einde van de 18e eeuw in gebruik genomen. Afgezien van de adel, die zich tegoed deed aan wild- en vleesbraad, was het gewone volk aangewezen op spijzen die brijachtig waren zoals pap. Een lepel was bij het verorberen hiervan uitermate geschikt. De lepel was in Amsterdam tot het einde van de 17e eeuw gemeengoed. Meer lepels dan voor je eigen huishouden waren er niet waardoor mee-eters een eigen lepel mee moesten nemen. Vaak staan er op lepels eigendomsmerken om de lepel te herkennen. Tot aan 1900 werden op sommige uitnodigingskaarten voor bruiloften in Gelderland een treffend rijmpje afgedrukt:

Wie rijstebrij wil eten,

moet de lepel niet vergeten.

Roosmerk TG

Roosmerk TG (Foto: Monumenten & Archeologie, gemeente Amsterdam, NZR200497MTL001).

Vanaf de 14e eeuw deden tinnen en koperen lepels zijn intrede. Tin wordt door de kleur ook wel het ‘zilver van de armen’ genoemd en was daarom erg populair bij de gewone bevolking. Het grootste deel van de gevonden lepels in Amsterdam zijn tinnen exemplaren. De tinnen lepels zijn voorzien van een tinmerk dat diende als kwaliteitswaarborg. Als klant wist je door het merk dat je lepel van kwalitatief goed tin was gemaakt. Tot 1550 had het merk de vorm van een hamer. Daarna werd een gekroonde roos als tinmerk in gebruik genomen. Bij het roosmerk werden tevens de initialen van de tinnengieter weergegeven.

Waren de middeleeuwse lepels nog erg simpel van vorm en voorzien van weinig opsmuk, vanaf de 16e eeuw werden lepels versierd en waren sterk aan mode onderhevig. Om een beeld te geven van de verschillende lepelsoorten die in de periode 1550-1700 in de Amsterdamse huishoudens werden gebruikt, zijn enkele lepels afgebeeld die zijn gevonden op het Damrak en Rokin. De archeologen van Bureau Monumenten en Archeologie (BMA) hebben tussen 2005 en 2008 archeologisch onderzoek verricht tijdens de aanleg van de metrostations en hebben hierbij honderden tinnen lepels gevonden die een prachtig overzicht geven. De lepelbak was in de Middeleeuwen nog rond maar kreeg vanaf omstreeks 1550 de vorm van een druppel. Gaandeweg in de 17e eeuw werd de bak ovaal door de wijze waarop de lepel werd gebruikt. Door de nieuwe etiquette werd niet meer van de punt van de bak gedronken maar van de zijkant. Een ovalen bak was hiervoor geschikter.

Dat het goed zat met de manieren aan de Amsterdamse eettafel bewijst het boek over tafelmanieren dat Steven Blankaart, arts te Amsterdam, in 1683 schreef. Hij stelde onder andere:

Daar is niets wanschikkelijkker, als sijne vingeren, sijn mes, of sijne lepel af te likken; noch niets onhebbelijkker, dan met de vingeren sijn tafelbord, of den bodem van eenige schootel af te vegen, en schoon te maken: of, het gene noch slimmer is, het laatste van het sop, van de saus, en van de stroop op te slurpen, of in sijn lepel te gieten: men stelt sig ten doele, om van het gansche geselschap uitgelachen te worden. Men moet, wanneer ons de vingers, of ons mes smeerig zijn, die aan het servet, en noit aan het tafellaken afvegen.

Tinnen lepel 1550-1625

Tinnen lepel 1550-1625 (Foto: Monumenten & Archeologie, gemeente Amsterdam, NZR200497MTL001).

Tinnen lepel met een paardenhoef als versiering 1600-1700

Tinnen lepel met een paardenhoef als versiering 1600-1700 (Foto: Monumenten & Archeologie, gemeente Amsterdam, NZR200527MTL038).

Paardenhoef

Paardenhoef

Lepel met twee inkepingen als versiering (pied de biche) 1675-1725

Lepel met twee inkepingen als versiering (pied de biche) 1675-1725 (Foto: Monumenten & Archeologie, gemeente Amsterdam, NZR200009MTL002).

Bronnen uit het stadsarchief Amsterdam:

Baart, J., Brood, aardappels en patat, 1983

Glerum, J.P., Aan tafel, 1997

Klijn, E.M.Ch.F., Eet- en sierlepels in Nederland tot ca. 1850, 1987

Mostert, I., Lepels uit het Damrak en Rokin, 2009

 

 

 

DelenShare on Facebook

  1 comment for “Lepels

  1. Elias
    6 juni 2014 at 18:11

    wat leuk om iets meer te weten over zo iets simpels als een lepel, grappig ook dat er toch altijd weer etiquette waren om zich boven anderen te verheffen. niets nieuws onder de zon.
    ben weer benieuw wat er volgende keer ons weer ons bord legt om van te genieten.
    leuk en leerzaam bedankt jongen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


6 − 1 =