Opsporing Verzocht

In een grote stad als Amsterdam woonden in de 17e eeuw niet alleen mensen die het hart op de goede plek hadden. Het had ook een grote aantrekkingskracht op personen die kwaad in de zin hadden. Doorgaans konden deze mensen na een misdaad snel opgepakt worden door de schout en passend gestraft worden. Er waren echter zaken waarvan de dader niet gelijk in de kraag werd gevat. In dat geval werd een beloning uitgeloofd aan degene die de dader voor het gerecht wist te brengen. Die onopgeloste zaken worden in een 17e-eeuwse Opsporing Verzocht besproken.

Op 14 juli 1689 kreeg Jacob Brouwer zijn straf te horen nadat hij iemand met een mes had vermoord. Het vonnis luidde: den gedaagde gebracht te werden op het schavot, ten dien eijnde voor den raedhuijse deser stede op te rechten en aldaer met de coorde, met een bloot mes boven ’t hooft gestraft te werden datter de dood nae volgt, en daer nae sijn lichaem gebragt te werden aen de Voolewijck om aldaer door de lucht en ’t gevoogelte des hemels verteert te werden. Hij werd twee dagen later, op zaterdag 16 juli 1689, gewurgd en nadien ten spiegel en afschrik van anderen aan de galg aan de overkant van het IJ gehangen. Hoewel het lijkt alsof het recht zijn loop heeft gehad, kreeg dit verhaal een staartje.

Volewijk met het galgenveld. Links bolwerk Blauwhoofd met molen de Bok (tegenwoordig Barentszplein).

Volewijk met het galgenveld. Links bolwerk Blauwhoofd met molen de Bok (tegenwoordig Barentszplein).

In het keurboek werd op 20 juli 1689 een belanghebbende notificatie opgetekend aengaende ’t lichaem van Jacob Brouwer gestoolen van de galg aen de Volewijk. Dit was tegen het zere been van de heren van de Gerechte aangezien eenige boose en quaadaardige menschen haar niet ontsien hebben, in veragtinge en vilipendie vande Justitie. Het was echter onbekend wie dit op zijn geweten had. Het was de heren van de Gerechte er alles aan gelegen om deze booswigten in handen van justitie te krijgen om, anderen ten exempel, op het rigoureuste gestraft te werden.  Een premie van maar liefst duizend gulden werd uitgeloofd voor degene die de gemelde quaadaardige menschen, of eenige van sodanige, die het voorgemelde lichaem van de bovengesijde galge hebben afgestoolen, of daar aen het meeste of het minste handdadigh sijn geweest, weten aen te wijsen, soodanigh dat deselve in handen van Justitie komen te geraken. De gezochte booswichten zijn echter niet teruggevonden.

Een andere zaak waarbij het publiek om hulp werd gevraagd dateert van 13 december 1690. In die tijd werd Amsterdam geteisterd door inbraken die met geweld gepleegt werden. Sommige dieven deinsden er zelfs niet voor terug om door de daken van de huijsen in te breeken, en op die manier de veiligheid van de goede Ingesetenen, soo ten respecte van haere persoonen, als goederen, in de uijtterste onzekerheid te stellen en te verbreeken. Voor de persoon die een of meer schuldige aen ’t zelve feit weet aen te wijsen […] en van zijn dak-braak werd overtuijght, een premie van drijhonderd Carolus guldens. De naam van de aanbrenger werd gesecreteerd. Overigens maakten ze ook al in de 17e eeuw gebruik van ‘klokkenluiders’ getuige de laatste zin in de oproep. En ingevalle hij medeplichtig moge zijn, zal het delict hem werden vergeven in gevolge van de placaten en bovendien genieten de præmie hierboven vermeld.

Deze kinderen verwachten cadeautjes vanaf het dak, geen inbrekers.

Deze kinderen verwachtten cadeautjes vanaf het dak, geen inbrekers.

Een herdenkingspenning aan de vrede van Munster (1648).

Een zilveren penning ter herinnering aan de vrede van Munster (1648).

Een andere kwalijke zaak vond eind september 1697 plaats. In een huis staande aan de zuidzijde van de Keizersgracht, tussen de Amstel en Utrechtsestraat, werd een dienstmaagd bruut van het leven beroofd. Lijsbeth van Montel was alleen thuis en werd op vrijdag 27 of zaterdag 28 september jammerlijck vermoort, met verscheide wonden in de strot en in ’t aengesigt, en de rechterduijm zijnde doorgesneden. Een kabinet en een paar kasten waren opengetrokken waaruit verscheidene spullen ontvreemd waren. Dit gebeurde allemaal zonder dat men de dader of daders van zo een schrickelijke feit, tot nog toe heeft kunnen uijtvinden. Zoo ist dat mijne heeren vande Gerechte ter herte nemende, hoeveel de publicque rust en justitie daeraen gelegen is, dat zo een enorm en verfoeijelijk feit, ten exempel van anderen, niet ongestraft blijve. Er werd een beloning van tweehonderd zilveren ducatons in het vooruitzicht gesteld voor degene die de dader(s) bij de schout kon ‘aanbrengen’. In de oproep werden ook de gestolen zaken opgesomd die een indruk geven van de rijkdom van de bewoners. Een kleine greep: een zilveren penning van de Spaanse vrede anno 1648, enige stukken porselein, een halsketting met grote langwerpige bloedkoralen, een paar kristallen pendanten met goud omzet en een kastoorhoed (hoed van beverhaar). De spullen werden niet zomaar opgenoemd. Welke goederen, of eenige vande zelve aen ijmand voorkomende, of te koop geveild werdende, werden zodanigen gelast dezelver aen te houden, en in handen van de heere hooftofficier over te leveren, waervooren den aenbrenger naer proportie vande waerdije van dien, in alle redelijkheid zal werden geloont.

Uit bovenstaande zaken blijkt eens te meer dat er in ruim driehonderd jaar weinig is veranderd. Als het een zaak betreft die de samenleving schokt, is de schout of politie er alles aan gelegen om met behulp van het publiek de daders op te sporen. In de drie zaken die in dit artikel zijn aangehaald, is overigens de dader niet in de kladden gegrepen.

Bronnen uit het Stadsarchief Amsterdam:

5061.334.283 (14-7-1689)

5061.334.283 (14-7-1689)

5020.18.182 (20-7-1689)

5020.18.182   (20-7-1689)

5020.18.196 (13-12-1690)

5020.18.196 (13-12-1690)

5020.19.84 (1-10-1697)

5020.19.84     (1-10-1697)

5020.19.85 (1-10-1697)

5020.19.85   (1-10-1697)

DelenShare on Facebook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


9 − 6 =