Verkeerschaos

Amsterdam is een prachtige stad en dat weten niet alleen de bewoners. Van heinde en verre komen mensen om de talloze bezienswaardigheden te bezoeken. Aan het verblijf van al deze toeristen kleven de nodige nadelen. Een artikel in Het Parool van 24 juni 2016 had als kop: “Tolerantiegrens drukte bij veel Amsterdammers overschreden”. Je zou zeggen dat de chaotische taferelen een probleem van deze tijd is, maar ook in de 16e en 17e eeuw was het stadsbestuur genoopt om de chaos in de stad enigszins te reguleren. Verschillende keuren werden opgesteld om met name de verkeersproblematiek het hoofd te bieden. In dit artikel zullen een aantal van deze maatregelen de revue passeren en zal en passant een figuurlijke zijweg worden bewandeld.

Vanaf de 15e eeuw werd Amsterdam steeds belangrijker in de internationale handel. Vanuit Scandinavië werd hout en graan geïmporteerd, uit Portugal werd zout ingekocht. Amsterdam ontwikkelde zich steeds meer als stapelmarkt waar producten uit het noorden en zuiden werden opgeslagen, bewerkt en verkocht. De producten die op het Damrak uitgeladen werden, moesten door de stad vervoerd worden. Hierdoor werden sommige functies steeds belangrijker, bijvoorbeeld die van de slepers. Zij vervoerden tegen een vergoeding middels een slede goederen en personen. Naast de slepers werd ook met paard en wagen door de stad gereden, de berijders werden ‘wagenaars’ genoemd.  Het is niet verwonderlijk dat het mede hierdoor in de stad steeds drukker werd. Een eerste indicatie dat het te druk en chaotisch werd in de binnenstad blijkt uit een keur van 21 april 1528.

Een slede, volgeladen met vaatjes.

Een slede, volgeladen met vaatjes.

Een brokkenpiloot aan het werk. Dergelijke maniaken moesten in de binnenstad een halt toegeroepen worden.

Een brokkenpiloot aan het werk. Dergelijke maniaken moesten in de stad een halt toegeroepen worden.

De tekst laat weinig aan de verbeelding over: Alzoo daghelijcx groote ongeregheltheyt onder de slepers ende wagenaers ghehouden wordt, sonder eeniche voorsichtichheyt, mitter haest langes der strate slepende, rydende ende dravende, daerdeur groote incomoditeyten ende lasten comen. Om het hoofd te bieden aan deze brokkenpiloten werd geboden dat iedere sleper of wagenaar naast de slede of wagen moest lopen in plaats van erop te zitten. Als gevolg van deze maatregel dacht het stadsbestuur dat de snelheid aan banden werd gelegd. Daarnaast werd de minimumleeftijd voor de bestuurder vastgesteld op vijftien jaar. Iemand die toch betrapt werd moest een boete van één groot Vlaams betalen of werd voor een periode van een maand uit de stad gebannen.

Amsterdam bleef in de 16e eeuw groeien. De economische voorspoed trok als een magneet duizenden mensen aan die de hoop hadden op een beter bestaan. Daarnaast was het tolerante religieuze klimaat aan het einde van de 16e eeuw een belangrijke reden om naar Amsterdam te verhuizen. De stad werd te klein om al deze nieuwkomers een plek te bieden. Derhalve werd de stad tot tweemaal toe uitgebreid (eerste en tweede uitleg). Het is niet verwonderlijk dat de drukte alleen maar toenam en dan met name rondom de Dam, de plek waar de handelsactiviteiten waren geclusterd. Vooral de toegangs- en uitvalswegen werden een groot probleem. Om al het in- en uitgaande verkeer toch in goede banen te leiden werden enkele straten een eenrichtingsweg.

Aan de oostzijde van de Dam liepen de Pijl- en Halsteeg. Doordat groote ongeregeltheyd gepleegt word by de Wage-luyden en Sle-luyden […] tot groot ongerijf van de goede Burgerye deser Stede werd op 15 februari 1595 een keur opgesteld om orde in de chaos te creëren. Eenieder die vanuit het oosten richting de Warmoesstraat of de Dam wilde rijden, werd vanaf dat moment verplicht om de route door de Halsteeg te nemen. De Pijlsteeg werd de aangewezen route om vanaf de Dam het centrum te verlaten. Ging iemand onverhoopt toch in de fout volgde een boete van één gulden telcke mael by den gene te verbeuren. Om de situatie kenbaar te maken aan het verkeer zullen er naar alle waarschijnlijkheid verkeersborden hebben gehangen. Tegenwoordig bestaat alleen de Pijlsteeg nog. In deze steeg, gelegen naast het Krasnapolsky, zit de vermaarde likeurstokerij Wynand Fockinck. De Halsteeg werd in 1868 verbreed waarbij verschillende panden zijn gesloopt. Sindsdien heet deze weg de Damstraat.

Op deze kadastrale kaart uit 1832 is duidelijk te zien dat de Halsteeg, voordat deze verbreed werd, even smal was als de Pijlsteeg.

Op deze kadastrale kaart uit 1832 is duidelijk te zien dat de Halsteeg, voordat deze in 1868 verbreed werd, even smal was als de Pijlsteeg.

Graag neem ik de gelegenheid te baat om de geschiedenis van beide stegen aan het voetlicht te brengen. De Pijlsteeg is vernoemd naar Dirc Pijl, die aan het einde van de 14e eeuw een huis bezat in deze steeg. De Halsteeg heeft zijn naam te danken aan de Vleeshal die op de hoek van de Damstraat en Nes heeft gestaan. Uit verschillende keuren valt af te leiden dat dit gebied de hoerenbuurt in de 15e eeuw was. Op 17 maart 1478 werden bordeelhouders verplicht om hun dames van lichte zeden uitsluitend in de Pijl- of Halsteeg onder te brengen updat die guede vrouwen ende maechden, wonende an die Burchwall ende an die Hoochstrate […] mogen die voirscreven twee stegen scuwen ende een ander stege duergaen. Hierdoor hoefden de dames van goede komaf de hoeren niet aan het werk te zien ende alzoe quaet exempel van hem nemen. De situatie was in 1509 onveranderd. De Pijl- en Halsteeg waren nog steeds de enige stegen waar hoererij werd toegestaan. In het geval dat een prostituee elders in de stad aan het werk was werd ze, tezamen met haar dienaar, opentlijcken ende tot heurder meer bescaemptheyt teruggebracht mit bommen (trommelslag) en fleuytten in den Pijlstege oft Hellesteghe. Na de Alteratie verdwenen de hoeren uit de stegen en kwamen er winkeltjes voor in de plek terug.

Het oude stadhuis. Aan de linkerkant loopt de Gasthuissteeg, aan de rechterzijde de inmiddels verdwenen Vogelsteeg.

Het oude stadhuis. Aan de linkerkant loopt de Gasthuissteeg, aan de rechterzijde de inmiddels verdwenen Vogelsteeg.

Terug naar de verkeersproblematiek. De oplossing die in 1595 werd gevonden door van de Pijl- en Halsteeg eenrichtingswegen te maken, wierp zijn vruchten af want een jaar later (4 april 1596) werd voor twee straten ten westen van de Dam eenzelfde ordonnantie opgesteld. Sledes en wagens veroorzaakten grote ongeregeldheden in de Gasthuissteeg (tegenwoordig de Paleisstraat) en de (inmiddels verdwenen) Vogelsteeg ende oick nyet zonder peryckel vande goede burgerie deser Stede. Alle sledes en wagen die vanaf de Dam zich richting het westen wilden begeven moesten door de Vogelsteeg gaan. Het verkeer dat vanuit het westen naar de Dam wilden gaan dienden de Gasthuissteeg te nemen.

Naast het invoeren van eenrichtingswegen creëerde de stad ook voetgangersgebieden. Ten zuiden van de Dam was in 1607 de Beurs van de Keyser gebouwd. Dit gebouw diende als koopmanbeurs dat in de 17e eeuw uitgroeide tot het belangrijkste handelsinstituut van de wereld. Het gejaag van sledes en wagens leidde uiteraard tot grote ontevredenheid bij de kooplieden. Hiertoe werd op 19 december 1674 besloten dat het voor sledes en wagens niet was toegestaan om tussen half 12 en half 2 ‘s middags in de Beursstraat en Poort te rijden. Op overtreding stond een boete van dertig stuivers.

De Heiligewegspoort op een kaart uit 1647.

De Heiligewegspoort op een kaart uit 1647.

Niet alleen in het centrum van de stad was het een drukte van belang. Ook bij de (smalle) toegangspoorten aan de rand van de stad was het regelmatig dringen geblazen. Blijkbaar liep het bij de Heiligewegspoort (ter hoogte van het huidige Koningsplein) de spuigaten uit. De poort was niet breed genoeg om twee sledes of wagens door te laten. Derhalve werd besloten om al het verkeer dat de stad wilde verlaten voorrang te verlenen waardoor de wagens en sleden van buyten komende gehouden sullen sijn soo langh op het buyten-pleyn te vertoeven ter tijt de Poort ledigh is.

Het verkeer werd letterlijk en figuurlijk door de stad in goede banen geleid. Om de doorstroming in de smalle steegjes (zoals de Pijl- en Halsteeg) te kunnen waarborgen waren ook de winkeliers aan regels gebonden. Uit een stadspublicatie van 7 augustus 1642 blijkt dat winkeliers de straat blokkeerden door hun goederen en toonbanken buiten hare stoepen over de gooten tot in de straet te plaatsen. Hierdoor werd de straat nog smaller tot ongeryf van de passanten ende deformeeringh (misvorming) van de stad.

Een penning van een lid van het slepersgilde.

Een penning van een lid van het slepersgilde.

Ofschoon de stad er alles aan deed om het verkeer veilig en ordentelijk door de stad te laten gaan bleven er problemen bestaan omtrent de slepers. Deze waaghalzen, die de verkeersregels aan hun laars lapten, kunnen mijns inziens vergeleken worden met de huidige scooterrijders. Uit een keur van 27 januari 1757 blijkt dat in die periode dagelijks meenigvuldige klagten over de verregaane brutaliteyten die sommige sleepers en knegts aan de goede Burgerij en Ingezetenen deser stede komen te doen zonder dat ze hiervoor gestraft werden. Het stadsbestuur kwam met enkele regels waarbij er één in het oog springt. Zo werd geboden dat iedereen die onder het slepersgilde viel gehouden zullen zijn aan beyde zijden, boven het schofkassen van het Tuyg […] te doen maaken en althoos te hebben een sigtbaar nummer van kooper of kopere spijkertjes. Elk nummer was persoonsgebonden waardoor het gemakkelijk was om een overtreder nadien te bestraffen. Het kenteken was geboren. Zat er geen nummer op het paardentuig dan diende je tien gulden te betalen. Probeerde je de boel te bedonderen door met een valsch of een verkeerd nummer op zijn Tuig te rijden, dan volgde een boete van vijfentwintig gulden.

De Pijlsteeg (links) en Damtraat (voorheen dus de Halsteeg) tegenwoordig.

De Pijlsteeg (links) en Damstraat rechts (voorheen dus de Halsteeg) tegenwoordig. De bordelen zijn verdwenen, de drukte zeker niet.

Het moge duidelijk zijn, na het lezen van dit artikel, dat al vanaf de 16e eeuw in Amsterdam verkeersregels werden toegepast om de drukte en chaos in de stad te reguleren. Helaas is het tot op heden nog steeds niet gelukt om de verkeersproblematiek definitief de kop in te drukken. Gelukkig weet u vanaf nu dat,  mocht u een bezoek willen brengen aan Wynand Fockinck in de Pijlsteeg, de steeg vanaf de Dam betreden moet worden.

Bronnen uit het Stadsarchief Amsterdam:

5020.11.45 15-2-1595

5020.11.45 (15-2-1595)

5020.11.46 (15-2-1595)

5020.11.46 (15-2-1595)

5020.11.67 (4-4-1596)

5020.11.67 (4-4-1596)

5021.1.50 (7-8-1642)

5021.1.50 (7-8-1642)

5020.21.240 (27-1-1757)

5020.21.240 (27-1-1757)

Breen, J.C., Rechtsbronnen der stad Amsterdam,  1902.

DelenShare on Facebook

  3 comments for “Verkeerschaos

  1. Peter Vons
    21 september 2016 at 22:46

    Heel interessant verhaal. Ben zelf geïnteresseerd in de Pijlsteeg: een voorouder van me genaamd Frans Heijblom runde vanaf 1639 met zijn broer Pieter een spiegelwinkel op de hoek van de Warmoesstraat en de Pijlsteeg: het Schaepshooft. Ze hadden ook een plek op de beurs. Frans trouwde met de dochter van een dominee van de Nieuwe Kerk. Nu begrijp ik waarom de zaken zo goed gingen met zoveel drukte in de straat. Zo goed dat Pieter zich een buitenplaats aan de Vecht kon veroorloven ( Groenhoven in (oud-)Zuijlen).

  2. Jeannette
    24 september 2016 at 09:06

    Weer een mooi verhaal, Ilja! Leuk dat je de beschreven situatie in de 17e eeuw vergelijkt met die in de huidige tijd. Als de boel uit de hand loopt, komen er maatregelen…zelfs al straatjes met éénrichtingsverkeer…
    Ook het aan de laars lappen van de verkeersregels blijkt dus van alle tijden en in die tijd zelfs een hardnekkig fenomeen, gezien de torenhoge boetes die blijkbaar nodig waren.
    Al jouw verhalen samen geven een prachtig inkijkje in het dagelijks leven van de Amsterdammers in een wel zeer boeiende en snel veranderende periode in de geschiedenis.
    Fijn dat je dit alles met ons wilt delen!

  3. 16 januari 2017 at 16:32

    Mooi verhaal en levendig gebracht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


− 3 = 0