Verlichting

Het is tegenwoordig moeilijk voor te stellen met alle verlichting die in de stad aanwezig is, maar vroeger kon je in Amsterdam na zonsondergang geen hand voor ogen meer zien. Weliswaar hadden sommige huizen een lantaarn aan de gevel hangen, maar dit gaf nauwelijks licht. Wilde je ’s nachts veilig over straat, dan moest je met een lantaarn in de hand lopen. Deze situatie bleef bestaan tot 1669 toen het stadsbestuur een voorstel van Jan van der Heyden goedkeurde.

 Op 19 november 1668 werd door de raad een concept goedgekeurd om bij duystere nachten de gehele stad met lichten te voorsien,  om te verhoeden het verongelucken van veele menschen, die bij duysternis in ’t water vallen ende versmorer […] om huysbracken te ontdecken ende moetwille te weren, ende dan oock om bij brant allomme licht bij de hand te hebben. Jan van der Heyde (Gorkum 1637-1712 Amsterdam) ontwierp een nieuw type olielantaarn om de straatverlichting in Amsterdam te verbeteren. Weliswaar is het voor eenieder mogelijk een lantaarn te ontwerpen, maar Jan van der Heyden had aan alles gedacht. Op 27 augustus 1669 leverde hij een ‘presentatie’ in waarin hij niet alleen de kosten van een lantaarn beraamt, maar ook een opsomming geeft van de werkzaamheden die nodig zijn om de lantarens te onderhouden.

Ontwerp lantaarn

Ontwerp lantaarn

Zo kostte de paal waarop de lantaarn werd geplaatst, vijf gulden en één stuiver. De paal moest 15 voet (3 meter) hoog worden en 6 bij 6 duim (15 cm) dik. Uiteindelijk beraamde hij de kosten voor iedere lantaarn op 32 gulden en 11 stuivers. De lantaarn liep naar boven toe wijder uit en was gemaakt van vier glazen ruitjes met een sponning van koper. De ‘snuivers’ in het wijdere bovenstuk zorgden in combinatie met  gaatjes in het onderste gedeelte voor ventilatie zonder dat de pit uitging. In de presentatie gaat Van der Heyden uit van 1800 palen die nodig zouden zijn om de stad voldoende te verlichten. Naast het ontwerp van de lantaarn en de kosten die voor de vervaardiging nodig waren, werkte hij een schema uit voor het gebruik en onderhoud van de lantarens. Zo blijkt uit zijn eigen ondervindingen dat de olie moest bestaan uit een mengsel  van ⅔ raapolie en ⅓ lijnolie. De olie moest overigens wel vervaardigd worden uit Zeeuws zaad, dat was het beste zaad dat voorhanden was. De lampen moesten iedere dag gevuld worden met olie waar een aantal arbeiders mee werd belast.

Lampenvuller

Lampenvuller

Voorwaarde was wel dat  bequame en vertroude arbeitslieden gekozen worden tot het vullen van de lampen. Jan van der Heyden schatte dat per persoon zo’n 150 lampen gevuld konden worden op een dag waardoor een twaalftal lieden nodig waren. De arbeiders moesten niet alleen vullen, maar ook de lantaarns schoonhouden en beschadigingen verhelpen. Daarnaast werden nugtere en bequame lieden aangesteld die iedere avond de lampen moesten aansteken. Op 18 september 1669, een maand na de presentatie door Van der Heyden, werd zijn voorstel goedgekeurd door het stadsbestuur. Jan van der Heyden werd opsigter en directeur der bij nagt ligtende lantarens. In juni 1670 werd een vast salaris van f. 2000,- aan de opzichter toegekend.

Uiteindelijk werden er geen 1800 lantarens vervaardigd, maar verlichtten ruim 2500 lampen de Amsterdamse straten en grachten. Door de lantaarn op een paal te plaatsen was het mogelijk om overal verlichting te verwezenlijken. De grotere veiligheid die de verbeterde straatverlichting gaf, was de opmaat tot de intensivering van het Amsterdamse nachtleven. In de eerste jaren na 1670 nam het aantal klachten over straatprostitutie sterk toe wat erop lijkt te duiden dat er veel meer werd getippeld. Na de introductie in Amsterdam heeft Van der Heyden in verscheidene steden zoals Gouda en Den Haag de straatverlichting verbeterd. Daarnaast is de lantaarn ook in Berlijn en Keulen in gebruik genomen.Tegenwoordig wordt de Magere Brug bij nacht verlicht door replica’s van de lantaarn die door Van der Heyden is ontworpen.

Bronnen uit het Stadsarchief Amsterdam:

SAA: 5039.798 (thesaurieren) 19 27-8-1669

SAA: 5039.798 (thesaurieren) 19 27-8-1669

SAA: 5039.798 (thesaurieren) 21 27-8-1669

SAA: 5039.798 (thesaurieren) 21 27-8-1669

SAA: 5039.798 (thesaurieren) 6 (19-11-1668)

Breen, Joh. C. Amstelodamum, jaarboek 11, p.29-63, 1913

 

 

DelenShare on Facebook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


7 − = 3