Wilhelmus

Bij iedere wedstrijd van het Nederlands elftal laait de discussie weer op welke spelers uit volle borst mee zullen gaan zingen met het Wilhelmus. Weinig tot geen van deze spelers zal weten dat dit lied in vroegere tijden een echt strijdlied was. Ten tijde van de opstand werd het Wilhelmus niet alleen gebruikt om het moreel van de geuzen hoog te houden maar moest het lied ook leiden tot een breder maatschappelijk draagvlak voor de revolutie. Ofschoon het Wilhelmus rond 1570 werd geschreven is het pas in 1932 officieel geregistreerd als volkslied van Nederland.

Het Wilhelmus was een lied dat gezongen werd door de geuzen. Deze geuzen, aanhangers van de protestantse Willem van Oranje, gebruikten de liederen als propagandistisch middel om de katholieke Spanjaarden in een slecht daglicht te zetten. In 1574 werden enkele bekende geuzenliederen gebundeld in het geuzenliedboek. Dit boek werd tot de vrede van Munster in 1648 vele malen herdrukt waarbij ook nieuwe liedjes werden toegevoegd. Doordat alle liedjes in een chronologische volgorde werden gedrukt, geeft het een goed beeld van het verloop van de strijd die de geuzen tegen de Spanjaarden voerden.

Een afbeelding uit het boek van Willem de Gortter waarin het Wilhelmus is uitgeschreven (1618)

Een afbeelding uit het boek van Willem de Gortter waarin het Wilhelmus is uitgeschreven (1618)

De liederen waren bedoeld om de geuzen een hart onder de riem te steken, zo ook het Wilhelmus. In het Wilhelmus wordt Willem van Oranje toegezongen in zijn strijd tegen de koning van Spanje. Het lied van Chartres, waar de melodie van het Wilhelmus aan ontleend is, was een anti-protestants lied. De Nederlandse protestanten namen dit lied over en pasten de tekst aan tot propaganda van de eigen partij. Het Wilhelmus bestaat uit 15 coupletten die een acrostichon vormen: de eerste letter van ieder couplet vormen tezamen de naam Willem van Nassov. Een schildwacht, staande op de muur tijdens het beleg van Haarlem, haalde de 15 coupletten niet. Hij zong op 31 mei 1573 de eerste twee zinnen toen door een Spaanse soldaat miraculoselijcken zijn een been afghesctooten werd en aan de gevolgen hiervan overleed.

Veel steden in Nederland hadden na het veroveren van Den Briel door de geuzen op 1 april 1572 de zijde van Willem van Oranje gekozen. De kloosters in deze steden werden vernield en de katholieke geestelijken moesten naar een katholieke plaats vluchten om in leven te blijven. Amsterdam bleef, in tegenstelling dus tot veel andere steden, de Spaanse koning trouw. Broeder Wouter Jacobsz ontvluchtte Gouda nadat het op 21 juni de kant van de protestanten had gekozen. Hij vond onderdak in het Agnietenconvent aan de Oudezijds Voorburgwal. Sporadisch kwam Wouter buiten Amsterdam zoals in maart 1574 toen hij naar Utrecht reisde. Op 31 maart ging hij terug naar Amsterdam waarbij hij in een veerschuit terecht kwam waar veel geusgezinde reizigers zaten. Niet alleen staken ze de draak met de koning van Spanje, sij songen oeck vrijmoedich tot des prinschen lof alsulcke liedeken als in Hollant tot sijnre gloriën lange tevoeren gedicht was. Waarschijnlijk bedoelde hij met het ‘liedeken’ het Wilhelmus. Wouter Jacobsz bleef in Amsterdam totdat de stad in 1578 protestants werd; de Alteratie.

In de periode dat Amsterdam nog wel trouw was aan de katholieke overheerser, werd doorgaans streng opgetreden tegen alle protestante uitingen. Het zingen van geuzenliederen werd daarom ook niet getolereerd. In de confessieboeken is op 31 december 1574 een bekentenis opgetekend van Pieter Hendricksz Beusemaecker. Pieter bekende dat hij op gisteren avont comende vuyt de oude kerck gesongen heeft een veers oft twee van een lyedeken beginnende Wilhelm van Nassouwen ben ick van Duytschen bloet. Dit geuzenlied had hij op een schip geleerd omdat het dikwijls gezongen werd. Hij laat verder door de schout noteren dat hij er niet meer dan twee coupletten van kende en dat hij het lied nooit in gescrift ofte printe had gezien. De schepenen kenden berouw en veroordeelden hem tot het bidden om vergiffenis en het betalen van de kosten van zijn gevangenschap.

Het is de lezer wel duidelijk geworden waarom sommige voetballers weigeren mee te zingen. Als rechtschapen katholiek is het natuurlijk godgeklaagd om mee te zingen met een protestants strijdlied dat een grote rol heeft gespeeld in het succes van de Opstand in de 16e en 17e eeuw. Wellicht halen de voetballers uit onderstaand lied, waarbij het Wilhelmus is gezongen op de originele melodie van ‘Chartres’, inspiratie voor toekomstige oorlogen op het veld.

Bronnen uit het Stadsarchief Amsterdam:

5061.274.135 (31-12-1574)

5061.274.135 (31-12-1574)

5061.274.136 (31-12-1574)

5061.274.136 (31-12-1574)

Eeghen, I.H. van, Dagboek van broeder Wouter Jacobsz. 1959

Graaf, R. de, Oorlog, mijn arme schapen, 2004

DelenShare on Facebook

Post navigation

  1 comment for “Wilhelmus

  1. elias
    14 augustus 2014 at 16:08

    Ik denk dat de voetballers ook niet meezingen om dat het Wilhelmus als dodenmars tegenwoordig overkomt. ook gaat het zo langzaam dat je geen adem meer hebt om 90 minuten de longen uit je lijf te rennen.
    Het liedje op je site is veel vrolijker en komt beter over als een oppeppend lied.
    Weer wat geleerd, bedankt hoor jongen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


8 − = 2